De Tovertunnel als immaterieel erfgoed dat de geschiedenis van Historisch Delfshaven verbindt met BoTu, waar de oude stad en de nieuwe stad met haar vele culturen elkaar ontmoeten.

© Ximena Davalos fotografie

Wat als de verhalen van bewoners het erfgoed van de wijk zijn? In Bospolder-Tussendijken onderzocht Dilara Içer hoe de Wijkcollectie van Stichting Wijkcollectie bewonersverhalen verzamelt en zichtbaar maakt, en wat dat doet voor de verbinding en gemeenschapsvorming in de wijk. Uit het onderzoek blijkt dat het vertellen van verhalen belangrijk is: ze brengen bewoners dichter bij elkaar en versterken gemeenschapszin.

Wat is de titel van het onderzoek?

De Wijkcollectie – Een participatief actie-onderzoek naar gemeenschapsparticipatie en gemeenschapsvorming rondom erfgoed in Bospolder-Tussendijken.

Wie is de onderzoeker?

Dit masterscriptie-onderzoek is gedaan door Dilara Içer, student Sociologie aan Erasmus Universiteit Rotterdam. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met Stichting Wijkcollectie, en werd begeleid door dr. Thomas Swerts en Gijs Custers.

Wat is de status van het onderzoek?

Het onderzoek vond plaats in 2021 en is datzelfde jaar afgerond.

Wat onderzocht je, waar en waarom?

Dit onderzoek draait om de vraag: hoe kan je met verhalen een sterkere buurt maken? Stichting Wijkcollectie verzamelt verhalen van bewoners in Bospolder-Tussendijken als ‘erfgoed’. Dit zijn geen oude, historische verhalen, maar juist verhalen van nu; verhalen die vandaag de dag belangrijk zijn voor de wijk. Denk aan verhalen geïnspireerd op de vragen ‘wat doe jij voor je buurt?’ of ‘wat maakt jouw wijk speciaal?’. Deze verhalen worden dus opgeslagen als ‘erfgoed van nu’, omdat wat je nu doet belangrijk is voor de toekomst van de wijk. Het idee is dat als buurtbewoners elkaars verhalen kennen, ze elkaar beter kennen en meer helpen. En, als bewoners zien wat hun buurt doet, voelen ze zich sterker en verbonden. Verhalen blijken op die manier een belangrijke rol te spelen in gemeenschapsvorming.

De meeste wetenschappelijke literatuur en onderzoeken rondom erfgoed focussen zich echter grotendeels op een ‘top-down’ benadering waarbij curatoren, gevestigde instituties en leden van de culturele elite bepalen wat wel en wat niet tot ‘erfgoed’ behoort. Dit onderzoek draait daarom meer om de vraag hoe de Wijkcollectie als ‘bottom-up’ initiatief werkt. Bottom-up initiatieven zijn projecten of veranderingen die vanuit burgers of gebruikers zelf komen, in plaats vanuit overheden of management (top-down), denk aan burgerinitiatieven zoals de Voedseltuin in Rotterdam. Ook onderzoekt Dilara welk effect de Wijkcollectie heeft op gemeenschapsparticipatie en -vorming in Bospolder-Tussendijken.

Welke aanpak heb je gebruikt?

In dit onderzoek draait het om Participatory Action Research (PAR) waarbij samen met mensen uit de wijk onderzoek is gedaan. Het was belangrijk om een participatieve methode in te zetten omdat de Wijkcollectie met bewonersparticipatie werkt en het in dit onderzoek draait om verhalen en ervaringen van mensen in de gemeenschap, dus het is belangrijk om hun verhalen mee te beleven.

Zo zijn Verhalenwandelingen bezocht, georganiseerd door Stichting Wijkcollectie, waar inwoners en anderen zich voor konden aanmelden. Tijdens de wandelingen is meegelopen en -gekeken en zijn gesprekken gevoerd met de bezoekers. Ook is er op deze manier geluisterd naar de verhalen die tijdens de wandelingen werden gedeeld door bewoners, naast de verhalen die uit de verzameling van Stichting Wijkcollectie konden worden gehaald. Zo is er, na afloop van de wandelingen, met verschillende deelnemers en bewoners die aangaven mee te willen denken in het onderzoek, verder gesproken in de vorm van een interview. Ook zijn de verhalen uit de wandeling en de collectie geanalyseerd. Daarnaast heeft er een focusgroep/groepsgesprek plaatsgevonden met Wijkcollectie-teamleden, ofwel mensen uit de wijk, om de bevindingen van het onderzoek mee te bespreken en hun feedback mee te nemen.

Hoe dragen bewoners bij aan het onderzoek?

Wijkbewoners speelden een belangrijke rol in het onderzoek en werkten samen met Dilara en het Wijkcollectie-team, voornamelijk door hun verhalen en ervaringen met de Wijkcollectie te delen. Ook dachten de bewoners actief mee over de vraag: wat is erfgoed voor ons? Bovendien hielpen zij met het begrijpen wat de Wijkcollectie doet en hun feedback zit in de uiteindelijke bevindingen.

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd?

Wat mooi is om te zien, is dat de Wijkcollectie actief aanwezig is in de wijk en werkt aan het toepassen van een ‘bottom-up’ benadering bij het maken van het erfgoed: wijkbewoners worden actief betrokken bij de vormgeving. Daarbij blijkt dat het vertellen van verhalen (storytelling) belangrijk is voor bewoners: ze brengen bewoners dichter bij elkaar en versterken gemeenschapszin. Daarbij is het heel belangrijk dat participatie laagdrempelig, toegankelijk en bekend is. Iedereen moet een verhaal kunnen delen, activiteiten moeten op verschillende momenten worden aangeboden en bekend worden gemaakt.

Wat betreft de Wijkcollectie blijkt dat als mensen hun verhalen in de collectie terugzien, deze zichtbaarheid en erkenning creëren voor wat bewoners doen en betekenen voor en in hun wijk. Deze zichtbaarheid en erkenning draagt dan weer bij aan de sociale cohesie in de omgeving en het wederzijdse begrip dat bewoners voor elkaar hebben. 

Wel bestond de Wijkcollectie op het moment van onderzoeken nog kort, te kort om te kunnen spreken van een echte gemeenschap; er lijkt eerder sprake van onderlinge relaties en netwerken. Via herhaaldelijke en langdurige activiteiten kan daadwerkelijk een gemeenschap worden opgebouwd en kan de participatie van bewoners verhoogd en verduurzaamd worden. Ook kenden op het moment van onderzoeken nog niet alle bewoners de Wijkcollectie, waardoor de vraag is wat er gebeurt als het bereik van Wijkcollectie groeit. Tot slot hebben sommige bewoners nog moeite met het begrip ‘erfgoed’, omdat dit door de meesten toch nog wordt gezien als iets abstracts of ‘iets uit het verleden’. Het is dus de vraag of de kennis en het begrip rondom ‘erfgoed’ gedurende de tijd kan groeien, of dat er überhaupt niet veel behoefte is aan de term.

Wat kunnen bewoners met de inzichten van het onderzoek?

Voor bewoners kan dit onderzoek hebben bijgedragen aan hun begrip over de waarde van hun verhalen, initiatieven en werk en dat deze daadwerkelijk gezien kunnen worden als ‘erfgoed’, en dat is een belangrijke erkenning. Ook kan het onderzoek duidelijk maken dat zij, de bewoners, gezien worden en dat wat zij doen in de wijk belangrijk is. Wellicht dat dit ook inspirerend werkt met het oog op de toekomst; om meer deel te nemen aan buurtinitiatieven!

En wat kunnen anderen ermee?

Andere wijken kunnen deze ‘manier van doen’ uit Bospolder-Tussendijken gebruiken als inspiratie: erfgoed verzamelen als manier om gemeenschapsvorming en participatie te stimuleren. Ook kunnen beleidsmakers zien dat storytelling en samenwerking bijdragen aan een sterke sociale samenhang. Andere onderzoekers kunnen bovendien leren op wat voor manieren je Participatory Action Research met bewoners en erfgoed kunt uitvoeren.

Waar kunnen mensen meer te weten komen?

De scriptie zelf kun je lezen via verhalenvanbotu.nl. Meer informatie over Stichting Wijkcollectie, Bospolder-Tussendijken en Rotterdams erfgoed kun je zowel via de website van Stichting Wijkcollectie als via Museum Rotterdam vinden.

Meedenken?

Heb jij een origineel idee over hoe wij verhalen kunnen gebruiken bij het inzichtelijk maken van de waarde van lokaal initiatief in Delfshaven?